Borstvergroting complicaties
De volgende complicaties zijn mogelijk bij borstvergroting:
KAPSELVORMING treedt bij gladwandige protheses in ongeveer 30 % van de gevallen op. Daarom worden gladwandige protheses bijna uitsluitend onder de borstspier geplaatst omdat dit het kapselrisico terugbrengt op ongeveer 7 %. De geruwde protheses hebben een kapselrisico van 2 tot 3% ongeacht de plaatsing boven of onder de borstspier. Ook de vulling van de prothese heeft een kleine invloed op de kans voor kapselvorming. Een vloeibare siliconenolie prothese geeft iets meer kans op kapselvorming dan een cohesieve gel gevulde prothese. Een borstvergroting met cohesieve gel gevulde prothese met een ruw oppervlak heeft een kapselvormingrisico van minder dan een procent. Symptomen van kapselvorming zijn verharding en vervorming van de borst. In extreme gevallen treedt er ook pijn op. Het is zeer belangrijk dat een prothese supersteriel wordt geplaatst in een speciale voor borstvergroting ontwikkelde laminaire airflowkamer. Hierdoor vermindert het kapselvormingsrisico ook behoorlijk.
NABLOEDING kan optreden de dag van de operatie of de dag nadien. Dit wordt duidelijk door een abnormale zwelling in de borst, bijna steeds aan één zijde. Deze borst voelt dan ook harder aan en is meer gevoelig bij aanraking. Bij het gebruik van geruwde protheses vullen bloedstolsels de poriën in de prothese waardoor deze de eigenschappen van een gladde prothese krijgt met een duidelijk hoger percentage kaselvorming. In dergelijk geval is het aangewezen de hechting te verwijderen en de bloeduitstorting te evacueren juist om dat verhoogde risico op kapselvorming te vermijden. Normaliter plaatst de chirurg een draintje in de holte rond de prothese indien er een risico op bloeding bestaat.
ONTSTEKING van de prothese is een andere mogelijke complicatie hoewel ook dit niet frequent optreedt. Dit risico is het hoogst bij een plaatsing van de prothese via de tepel. Deze toegang verloopt immers doorheen de borstklier welke steeds bacteriën bevat.
LEKKAGE van protheses is een veel besproken probleem. Voornamelijk siliconengel is zeer fel besproken in de media. In de rubriek over de verschillende vulmiddelen van protheses vindt u het lekkage gevaar en de consequenties per soort uitgelegd.
GEVOELSSTOORNISSEN in de tepel treden eerder zelden op en zijn meest frequent na een plaatsing via het tepelhof. Normaliter herstelt dit gevoelsverlies na de ingreep geheel of gedeeltelijk over verloop van weken tot maanden.
Veel patiënten hebben aanvankelijk last van een vervelende overgevoeligheid rond de tepel. Vooral schuren van kleding of BH worden dan als zeer vervelend ervaren. Dit komt door oprekking van de gevoelszenuw naar de tepel en verdwijnt vanzelf na weken tot maanden. Gevoelsstoornissen in de tepel komen meer voor bij plaatsing via het tepelhof. Plaatsing via de borstplooi zal steeds een gevoelloze zone net boven het litteken veroorzaken. Deze zone wordt geleidelijk kleiner maar dit proces neemt meerdere maanden in beslag.
MELKPRODUCTIE kan in zeer zeldzame gevallen op gang worden gebracht door een borstvergroting. Vermoedelijk is dit fenomeen toe te schrijven aan stimulatie van de zenuwen in de borst.
ROTATIERISICO. Bij druppelvormige of anatomische protheses is het zeer belangrijk dat deze goed georiënteerd zijn . Door hun ruwe oppervlak zetten deze implantaten zich vast in de weefsel als een soort klitteband of velcro systeem. Indien de weefsels tijdens de inkapselingsfase (eerste 6 weken) te veel bewegen ten opzichte van de prothese, kan deze inkapseling niet plaatsvinden en gebeurt een gladde inkapseling. De prothese kan dan draaien. Dit komt ongeveer in 7 tot 14% van de patiëntes met anatomische implantaten voor. Boodschap is om de eerste zes weken sporten, stofzuigen, strijken en andere bewegingen van de borstspier te vermijden.
LELIJKE LITTEKENVORMING. Hoewel de littekens voor een borstvergroting, mede door hun positionering, meestal zeer weinig zichtbaar zijn, kan occasioneel toch littekenhypertrofie voorkomen. De kans op keloid of lelijke littekenvorming is kleiner in het tepelhof omdat dit uit een soort slijmvlies bestaat. Belangrijk is om de littekens goed te masseren vanaf 10 dagen na de ingreep. Indien toch rode of verdikte littekens ontstaan, kan u best zo snel mogelijk uw arts contacteren.
Bogaardenstraat 49c
3050 Oud Heverlee
tel +32 16/25.86.72
.
email info@mediplast.be
Van deze site mag niets worden overgenomen of verveelvoudigd zonder voorafgaande uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van Mediplast. Mediplast accepteert geen enkele verantwoordelijkheid voor schade ontstaan door het gebruik van, of door de informatie aangeboden op www.mediplast.be.