Borstvergroting borstprothese plaatsing
De prothese of borstprothese kan bij de ingreep borstvergroting boven, onder of tussen de grote borstspier worden geplaatst.
PLAATSING BOVEN DE SPIER, net onder de borst dus, is op het eerste gezicht de meest voor de hand liggende methode. De prothese kan hier mee met de borst zelf bewegen voor een natuurlijk effect. Bij patiënten met een dunne huid en bij weinig borstklierweefsel kan de protheserand soms bovenaan voelbaar zijn. Bij een vloeibare vulling kunnen ook rimpels zichtbaar worden in de prothese. Deze zijn tevens voornamelijk bovenaan zichtbaar en voelbaar. Een borstvergroting bovenop de spier zou ook sneller verouderen. De huid aan de bovenkant wordt dunner door de weefseldruk uitgeoefend door de prothese. Een plaatsing bovenop de borstspier geeft last gedurende ongeveer 5 dagen na de ingreep. Deze methode wordt vaak gekozen door artsen of klinieken die geen volledige narcose aanbieden omdat dit de enige mogelijkheid is bij plaatselijke verdoving of “slaapnarcose”
PLAATSING ONDER DE SPIER. Bij een borstvergroting onder de spier wordt het implantaat bedekt met een extra spierlaag. Daardoor is de kans dat men de protheserand voelt, duidelijk kleiner. De prothese wordt echter door de spier gefixeerd waardoor de prothese minder met de borst meebeweegt. Bij neerliggen blijven de borsten dan ook meer rechtop staan. De split tussen de borsten is minder uitgesproken in het decolleté omdat de protheses niet zo ver naar de middellijn kunnen worden gebracht. Veel dames hebben om deze reden ook de indruk dat de borsten verder uit elkaar staan. Bij uitoefenen van kracht met de borstspier, verandert de vorm van de borst ook enigszins. Gladde watergevulde protheses dienen steeds onder de spier te worden geplaatst om kapselvorming te vermijden en om enigszins natuurlijk aan te voelen. Door de druk van de borstspier op de prothese voelt de borst ook harder aan dan bij een plaatsing bovenop de spier.
Grotere volumes (boven 300 cc) worden beter op hun plaats gehouden bij een plaatsing onder de spier. Daardoor zakken ze minder snel uit bij plaatsing onder de spier. Plaatsing onder de spier geeft ongemak voor enkele dagen tot 2 weken na de ingreep.
PLAATSING TUSSEN DE BORSTSPIER. Recent werd een nieuwe plaatsingsmethode ontwikkeld welke de voordelen van de twee bovenstaande methodes tracht te combineren. Hierbij worden de vezeltjes van de borstspier in twee delen verdeeld. De prothese wordt dan in de alzo ontstane spleet in de borstspier ingebracht. De prothese wordt dus tussen de borstspier ingeschoven. Op deze manier is de bovenrand van de prothese bedekt maar blijft de prothese soepel en vrij beweeglijk. Bij aanspannen van de spier vervormt de borst hier ook minimaal. Doordat de borstspier bij deze methode minimaal moet losgemaakt worden, is de last na de ingreep geringer dan bij een plaatsing onder de spier. Doordat de spier enkel bovenaan de prothese drukt, wordt een ronde prothese druppelvormig of anatomisch gemaakt. Een borstvergroting tussen de spier met ronde protheses is dan ook meestal niet te onderscheiden van een anatomisch implantaat. Bij ronde protheses bestaat echter geen kans dat de protheses ronddraaien en is het complicatierisico dus lager.
Bogaardenstraat 49c
3050 Oud Heverlee
tel +32 16/25.86.72
.
email info@mediplast.be
Van deze site mag niets worden overgenomen of verveelvoudigd zonder voorafgaande uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van Mediplast. Mediplast accepteert geen enkele verantwoordelijkheid voor schade ontstaan door het gebruik van, of door de informatie aangeboden op www.mediplast.be.